|
|
De vlucht van Schiphol naar Bangkok (ca. 9700 km, ruim 11 uur) verliep goed. Met uitzondering van de vertrektijd: we vertrokken niet om 12.35 uur maar een goed uur later. Intussen vermaakten we ons op Schiphol met shoppen en koffie drinken. Het vliegtuig was de nieuwste Boeing 777 van Eva Air, groot genoeg om 300 mensen te vervoeren. De Taiwanese vliegtuigmaatschappij voorziet de economy-passagiers van prima ruime stoelen, slofjes, dekentjes, kussentjes, maaltijden. Elke passagier heeft de beschikking over een touch screen, waarmee een keuze gemaakt kan worden uit zeker 20 films, 20 documentaires, rond 100 muziekvideo’s, een tiental spelletjes, vluchtinformatie, alles in 3 talen (Engels, Chinees en Japans). Ik heb “Mama Mia” bekeken en raakte (net als Hennie en Aad) bijna verslaafd aan Bejeweled. Dus: te veel te doen voor 11 uur vliegen, en van slapen kwam, ondanks alle goede voornemens, dan ook niet veel. We vlogen door de nacht. Het vliegtuig deed het rustig aan, de snelheid liep af en toe terug tot ruim 600 km per uur en zo kwamen we rond half 7 aan op Suvarnabhumi
Airport. Het was alweer dag.
De douanecontrole ging niet snel, het ophalen van de bagage wel. Maar we stonden alles bij elkaar ruim twee uur later buiten dan gepland. De ochtendwarmte (33 graden) viel als een vochtige, warme deken over ons heen. Na wat gezoek vonden we de Thaise vertegenwoordiger van Namasté in de aankomsthal, bijna helemaal aan het eind. Hij overhandigde de vouchers voor Thailand en zorgde voor vervoer naar ons hotel Prince Palace in Bangkok. De chauffeur van het taxibusje had een schadepost: omdat wij zo laat arriveerden moest er (45 baht = ca. 90 eurocent) voor 3 uur meer betaald worden voor de parkeergarage op de luchthaven. Dat hebben we maar vergoed bij de fooi. Ook moesten we wat bahtjes (respectievelijk 20, 35 en 45) voor de tolwegen rondom Bangkok.
Omdat we later waren, reden we na de spits Bangkok binnen. Dat ging beduidend sneller dan 2 jaar geleden. Toegangswegen die toen onder constructie waren, waren nu gereed. Dat betekende dat we over de dubbele vierbaanssnelweg suisden, langs nog meer wolkenkrabbers en grotere reclamezuilen dan in 2006. Bangkok is een drukke stad. Het verkeer is chaotisch, veel auto’s, felroze taxi’s, tuktuks, brommertjes. Ze rijden links. De verkeerslichten tellen in secondes in het rood af hoe lang het nog duurt voor je mag doorrijden en in groen hoe lang je mag rijden. Als het rode licht overschakelt naar groen, lijkt de straat even op de start van de grandprix, want de brommers en motoren proberen als eerste weg te komen.
Prince Palace was een uitstekend hotel. Net als alle andere hotels tijdens de reis die zou volgen, voorzien van een nette, schone badkamer, koelkastje, airco, internet, 2 flesjes water per dag, airco. Toch was dit hotel het meest luxe: er was een waterkokertje met instantkoffie en thee, tv, luxe zeepjes, uitstekend bed, overdadig ontbijtbuffet, zeer vriendelijke bediening. Lenie was getuige van de aankomst van een vice-prime minister die in dit hotel een congres opende over milieu. Er zijn overigens wel 5 vice-prime ministers. Bij zijn aankomst werd de hele straat door politie en leger afgezet en schoongemaakt, en “wai -den” de Thai heel hoog.
Na het inchecken probeerden we eerst het barretje en zwembad op het terras op de 11e verdieping uit. Het ene moment zaten we lekker in de zon maar even later werden we overvallen door een tropische regenbui. De barboy gleed onderuit toen hij naar binnen probeerde te rennen. Doornat kwam hij even later terug met een paraplu om ons vanaf onze zitplaats boven op de bar te bevrijden daar dat het enige droge plekje bij het zwembad was. Regenbuien hebben we volop gehad tijdens de verdere reis. Gelukkig waren ze meestal kort maar heftig en vielen de meeste ’s nachts.
- tuktuk
Na deze opfrisbeurt reden we met 2 tuktuks naar het ommuurde complex van het Grote Paleis met de ingang aan de Nga Phra Lan Road. Een ‘must’ voor iedere bezoeker: natuurlijk hadden we dit in 2006 al uitgebreid bekeken, maar Hennie, Aad en Ria nog niet. Bij de ingang stonden verschillende gidsen en een Thais dametje dat “Engels” sprak liet zich een uur inhuren voor een paar bahtjes. Ze zorgde voor het huren van passende kleding zonder borg. Ondanks het hete weer zijn lange broekspijpen een eis om de tempels binnen te mogen. Dit wordt streng gecontroleerd.
Het gidsje troonde ons langs de belangrijkste, zeer gedecoreerde gebouwen, standbeelden en pagodes en ze legde uit wat we zagen in een Engels waar we weer even aan moesten wennen, want de R was voor haar, net als voor veel Thai, een onuitsprekelijk probleem.
Het hoofdgebouw is de centrale ubosoth, waarin zich de Smaragdgroene Boeddha bevindt. Ondanks zijn kleine afmetingen is dit het meest belangrijke godsdienstige symbool voor de Thais. Volgens legendes komt het beeld oorspronkelijk uit India, maar het werd voor het eerst gesignaleerd in 1434 in Chiang Rai in Noord-Thailand. Nadat het lange tijd in Laos was gehuisvest werd het na een oorlog door koning Taksin en zijn generaal Chakri (de latere koning Rama I) meegenomen, eerst naar Thonburi. In 1784 werd het naar zijn huidige locatie gebracht. We zagen de Smaragd Buddha, maar mochten daar helaas geen foto van maken.
De muur rondom het tempelterrein - van buitenaf alleen een simpele witte muur - is beschilderd met scènes uit de Thaise versie van het mythologische Ramayana-verhaal. Diverse standbeelden in het tempelcomplex vertegenwoordigen ook figuren ook dit verhaal, met name de reuzen (yak) van vijf meter hoog. Ook afkomstig uit de Ramayana zijn de apen-koningen en reuzen rondom de gouden chedis. De tempel bevat ook een model van Angkor Wat, toegevoegd door koning Rama III, omdat het Khmer-rijk van Cambodja en de Thais culturele en godsdienstige wortels delen.
Na wat gezoek vonden we een plek om te lunchen nabij het water, bestelden voorzichtig soep of een rijstschotel, en daarna besloten we ook meteen de Wat Pho te bezoeken die daar niet te ver vanaf staat.
Wat Pho is de grootste en oudste wat in Bangkok (80.000 vierkante meter) en biedt onderdak aan meer dan duizend Boeddha vertoningen, dit is meer dan enige andere tempel in het land. Daarnaast is hier ook de grootste enkelvoudige Boeddha vertoning te vinden: de liggende Boeddha. Deze liggende Boeddha maakte onderdeel uit van de restauratie van koning Rama III, is zesenveertig meter in lengte en vijftien meter in hoogte. De liggende Boeddha is rijkelijk versierd met bladgoud en met parelmoer op de ogen en voetzolen. Het voetzolen tonen 108 voorspoedig gestemde afbeeldingen in een Chinese en Indische stijl.
De tempel wordt ook wel gezien als de ontstaansplek van de traditionele Thaise massage. Zelfs voordat Wat Pho een tempel werd was het centrum voor scholing in traditionele Thaise medicijnen. Tijdens de restauratie door Rama III zijn er platen met daarin medische inscripties rondom de tempel geplaatst terwijl gelijktijdig in 1962 de school voor traditionele Thaise medicijnen en massages is opgericht.
‘s Avonds overleefden we een tocht met 2 tuktuks naar een Thais restaurant in Siam Road. Bij de ingang konden we de vissen uitzoeken om te laten bereiden. Tijdens het diner voerden enkele dames traditionele Thaise dansen uit. Goeie vis daar, wel duur voor Thaise begrippen (rond 5900 baht, 120 euro met 7 personen).
De volgende dag werden we al om 7 uur opgehaald om te gaan fietsen. We moesten even wennen aan de fietsen, het links rijden, de drukte op sommige straten, daarna de smalle steegjes. We reden door de volksbuurten, bijna dwars door de voorkamer van de kleine huisjes, langs een schooltje dat gesponsord wordt door André Breuer, de manager van Recreational Bangkok Biking, naar een veer, waar de fietsen op de ene longtailboot werden gestapeld en wij op een andere. We voeren naar de overkant, een schiereiland midden in Bangkok. Daar was niet de hectiek van de grote stad maar de rust en frisse lucht van het oerwoud. We reden over betonnen paden van een meter breed dwars door een groene oase, naar een park, een eettentje (waar we een complete maaltijd kregen, vis of kip) en een tempel. Toen fietsten we onder de nieuwste verkeersbrug over de Chao Prao door naar een boot die ons weer terug bracht naar de volksbuurten en het beginpunt. De mensen zwaaiden vrolijk naar ons, groeten in Thais of Engels en waren helemaal gelukkig als we terugzwaaiden of tijdens het fietsen hun opgestoken handen aanraakten. Het was een leuke, verrassende ervaring. Alweer een hoogtepunt in de reis.
Terug in het hotel gaf Ernst-Otto Smit in zijn kantoor van Green Wood Travel ons nog wat aanvullende informatie over het vervolg van de reis. Tegen de avond namen we de boot door de klongs (kanalen die dwars door Bangkok lopen) naar de wijk Pratunam. Daar staan 2 hoteltorens, de grote en de kleine Bayoke. De hoge Bayoke is het hoogste gebouw van Bangkok met een restaurant op de 86ste verdieping. Wij gingen naar de kleine, omdat daar in het restaurant op de 43ste verdieping vroeger uitstekende Irish Coffee werd geserveerd. Maar de ceremonie van toen deden ze nu niet meer. Wel konden we er lekker eten van een uitgebreid buffetje met een grandioos uitzicht op de verlichte stad, het vastgelopen verkeer en goede muziek.
Met de watertaxi naar de Bayoke.
Om 8 uur zouden we meteen na het ontbijt vertrekken voor de reis naar Pak Chong - Eco Valley Lodge. Dat ging even niet door, want er reed een Kia-minibus voor waar we echt niet inpasten met 7 personen en 7 grote koffers. Uiteindelijk bleek dit het enige minpuntje in de organisatie van de reis te zijn. Ger en Frans meldden ons probleem bij het kantoor van Green Wood Travel en deze loste het probleem binnen een uur tijd op: we wachtten een tijdje op de trappen van het hotel (ons vermakend met de drukte van de af- en aanrijdende taxi’s, sjouwende, in- en uitpakkende handelaartjes in kleding) en toen kwam een maatje grotere (Hyundai) bus, met een aardige chauffeur, genaamd Cho of Choc of misschien wel John of zoiets, maar ook luisterend naar "mister" .
Zoals bekend moesten wij voor de minibus de brandstof, tol en parkeergelden betalen, maar dat ging om kleine bedragen. De benzine kost immers maar 20 - 25 baht (50 eurocent) per liter.
Onderweg stopten we voor koffie en voor de lunch (bij Chokchai Steak House, heel druk maar heel goed).
Vroeg in de middag kwamen we aan in Hotel Eco Valley Lodge. Het was even slikken na de luxe van Bangkok, maar alles zag er schoon uit. En het was heerlijk stil. We kregen een blok van 4 houten bungalowtjes in een soort parkje. Airco, geen tv, bedden niet lekker (kuil), alles kraakt. Bij de receptie was onder een afdak een klein restaurant ingericht met een tv en gratis internet (wel traag). Het ontbijt was er goed maar wat beperkter qua aanbod, vergeleken bij het ontbijt in het hotel in Bangkok.
Khao Yai was Thailands eerste nationale park. Het werd opgericht in 1962. Khao Yai nationaal park heeft een oppervlakte van 2168 vierkante kilometer en is gelegen op zo’n 180 kilometer ten noordoosten van Bangkok. Het is met circa 2172 km² het derde grootste nationale park in Thailand.
De vegetatie van het park is voornamelijk tropisch regenwoud. De ingang van het park bevindt zich op een hoogte van 400 meter, maar grote delen van het park liggen hoger dan 1000 m met bergtoppen van boven de 2000 meter.
Behalve een flora van 3000 soorten is ook de fauna binnen het park vrij uitgebreid aanwezig. Hier leven bijvoorbeeld nog tijgers in het wild, hun aantal wordt geschat op zo’n 50. Daarnaast leven er in het park onder andere ook beren, olifanten, apen, wilde zwijnen en dwergherten. In totaal meer dan 60 soorten zoogdieren en 300 vogelsoorten.
Een andere bezienswaardigheid van het park zijn de vele watervallen. De watervallen worden gevoed door de vijf rivieren die in het park ontspringen: de Nakon Nayok, de Prachin Buri, de Lamtacong, de Lamtaplung en de Hui Muak Lek. De bekendste waterval is de Namtok Heo Suwat; deze werd namelijk gebruikt bij de filmopnamen van de film The Beach. Khao Yai nationaal park is aangemerkt als UNESCO-werelderfgoed. De toegang tot het park kostte ons 2890 Thaise Baht met 7 personen + auto + chauffeur.
De nachtmarkt in het nabije dorp stelde niet veel voor. De avond brachten we (goed ingesmeerd met Deet) door op het terrasje van het huisje.
Vanmorgen zijn we bijtijds opgehaald door de taxichauffeur. We hadden om 9 uur afgesproken en hij stond er dan ook om kwart voor 9 al helemaal klaar voor. Na 10 km reden we het nationale park van Khao Yai in. We gingen meteen bergje op en bergje af. Het was een mooie weg. Onderweg stopten we als er wat te zien was: b.v. bij de apen, bij een hert. Maar daar waren ook bloedzuigers in het gras, dus dat was even paniek. Gelukkig zijn bloedzuigers niet gevaarlijk maar wel heel vervelend, als ze op je huid komen en een plekje vinden om zich vol te zuigen.
Gids maakt het pad vrij
Toen werden we gedropt in het informatiecentrum. Daar kregen we een soort kousen die we om onze schoenen konden doen, speciaal tegen de bloedzuigers. We werden door een gids goed ingespoten met DEET en toen gingen we een wandeltochtje van 2 km maken door het oerwoud. Maar dat bleek geen simpel wandelingetje. We gingen hellingen op en af, door modder en over boomstammen, duikend onder begroeiingen door, modder, over waterstroompjes. Het was een soort survival. De gids was heel behulpzaam, maar informeerde toch tussen neus en lippen door hoe oud ik was. Hij bleek zelf 68 te zijn en huppelde door het oerwoud als een jonge vent.
Onderweg zagen we apen, een soort varaan, vogels, allerlei insecten, prachtige vlinders, een termietenheuvel en de sporen van veel dieren, zoals olifanten, everzwijnen. We weten nu wat een tropisch oerwoud is. We waren blij na ongeveer 3 uur terug te zijn bij het informatiecentrum. Daar hebben we nog even rondgekeken naar hoe het park is opgezet, wanneer het is gesticht en welke dieren er allemaal te zitten. Het park is gesticht in 1968 door de toenmalige president en het was het eerste nationale park van Thailand.
Hoewel we ’s avonds ook nog konden rondtoeren om allerlei dieren te gaan zien, waren we teveel toe aan een Singha (bier), hetgeen alleen buiten het park te verkrijgen was. Toen waren we al heel dicht bij terug bij het Khoa Yai Lodge. Dus na het bier (voor 40 baht per 6,3 liter) gingen we maar terug naar onze kamers. Even douchen, wat eten en dan morgen weer bijtijds op want we gaan naar Cambodja!!
Wat een onderneming! Het eerste stuk van de reis naar de grens verliep nog relaxed, hoewel we een hele afstand moesten overbruggen van Khao Yai naar AranyaPratet, de Thaise grensplaats. Onze chauffeur reed eerst een eind terug richting Bangkok en toen over de highway nr. 33 naar het oosten, de zgn. Friendship Road. Een toepasselijke naam gezien het conflict over de tempel Vihear, waarover de eerste de beste Cambodjaan die we spraken een duidelijke mening had.
Onderweg naar de grens zagen we enkele meer dan 10 m hoge boeddhabeelden niet ver van de weg, rijstvelden, boomkwekerijen, stalletjes met fruit en maïs op een meter van de drukke snelweg. Verder bracht de chauffeur ons naar een echt Thais wegrestaurantje, waar we heerlijke soep te eten kregen (à 15 baht). Je kan het met verschillende kruiden zo sterk maken als je zelf wilt.
Bij de grens werden onze koffers uit de minibus geladen en namen we afscheid van onze chauffeur. Meteen stonden er een handkar klaar waarop een man, die zich identificeerde, de bagage opstapelde. We werden verwezen naar een kantoortje met enkele mensen die bereidwillig de formulieren voor onze visa invulden. De visa kosten 1000 baht (ca. 22 euro’s) en we moesten natuurlijk apart voor de service van het invullen ook nog 100 baht betalen. Alles verliep op rolletjes: we kregen onze paspoorten terug met visum voor 3 maanden Cambodja erin, we werden (lopende) naar de douane begeleid voor uitchecken uit Thailand en inchecken in Cambodja binnen ca. 3 kwartier. Daar kwam onze bagage ook weer te voorschijn en stond een man te wachten (al 3 uur) van Local Adventures om ons op te vangen. We gingen eerst een gammel pendelbusje in: de rit was ongeveer een kilometer, het busje ploegde over een hobbelig pad met stof, modder, afval, grote gaten in de weg.
Het was een wirwar van mensen, kinderen, fietsen, brommertjes, allerlei vervoermiddelen, koeien en honden. Een onbeschrijfelijke chaos en vreselijke hitte!
Het pendelbusje stopte bij een kantoortje. Daar stapten we over in een minivan, een Mercedes. De weg werd iets confortabeler. Maar pas buiten Poipet ging de weg vol kuilen en gaten over in fatsoenlijk asfalt. Toen zette de Cambodjaanse chauffeur de sokken erin en toeterend bij elk brommer, fietser, auto, kudde koeien of geiten enz. die hij inhaalde, arriveerden we na ca. 3 uur en 180 km in Battambang. Onderweg volgde de ene cultuurshock de andere op. Buffels, geiten, kippen op de weg, 4 volwassenen op een brommertje met een baby ertussenin, modder en vuil in en om huisjes die kleiner waren dan onze schuur, enz. enz.
Toen we eindelijk in Battambang aankwamen was er een straat afgezet en was de chauffeur de weg naar ons hotel kwijt. Na 3 x vragen bij mensen aan de kant, reden we ineens achter een brommer aan die de weg wees naar hotel Golden Palace. We arriveerden om 6 uur, kregen kamers op de 2e verdieping.
Na even opfrissen gingen we eten in het restaurantje naast het hotel. We kregen heerlijk (met stokjes) te eten en te drinken voor $ 63 met 7 personen. Dat restaurantje beviel uitstekend; we hebben er dan ook bijna elke keer gegeten. Ook het ontbijt (met lekker stokbrood en pancakes) was daar.
’s Avonds nog een wandelingetje gemaakt tot aan de Sangker rivier en toen naar bed.
’s Nachts goed geslapen, wel een keertje wakker geworden van het onweer en plensende regenbuien.
We hadden de avond te voren afspraken gemaakt met een gids om ons wat te laten zien van Battambang en omgeving. De gids heette Sokha en was ruim op tijd gearriveerd op een brommertje onder zijn regencape, want het regende nog steeds. Een net Mercedes busje, deze keer met een vriendelijke chauffeur, stond klaar. Hij leidde ons rond naar:
Weer de hele nacht regen. Niettemin moet de airco volop draaien om een beetje aangename temperatuur te krijgen. Er was ondertussen een emmer neergezet voor het opvangen van regenwater in onze kamer op het raamkozijn. Schone handdoeken werden niet zomaar geregeld. We moesten erom vragen. Bij de receptie legden ze ons uit dat de handdoeken niet konden drogen omdat er zoveel regen was geweest. Niettemin werden binnen 5 minuten handdoeken bezorgd op de kamer, hele nieuwe. Zo’n excuus verzin je toch niet!
De wekker ging vroeg af. Het busje reed ons om half 7 naar een boot. We konden kwart voor 7 instappen, samen met nog ruim 20 mensen, maar we moesten kwart over 7 overstappen op een bootje ernaast, de bagage moest ook overgepakt worden natuurlijk. Want de eerste boot was stuk. De tweede ook. De gaskabel moest eerst worden gerepareerd voor er beweging in kwam. Uiteindelijk vertrok de boot kwart voor 8. De reis zou 7 uur duren; al die tijd zaten de passagiers op 2 lange houten banken. Onderweg moest de gaskabel nog 2 x gerepareerd worden.
Gelukkig was het koel op het water. Door de snelheid van de boot was er een fris windje. De hele dag zon. In het begin ging de tocht over de Sangker rivier door het oerwoud, daarna door geulen in een soort tropisch Biesbosch, daarna over het Tonle Sap meer en tenslotte weer tussen veel waterplanten door tot aan de haven van Siem Raep. Onderweg stopt de boot om nog meer mensen en bagage op te halen, af te zetten en één keer om iets te eten te halen bij een drijvend winkeltje. We hadden gelukkig een lunchpakket meegenomen van het hotel want er was niet veel bijzonders aan eten te koop.
Onze boot Battambang-Siem Raep
De Sangker rivier is uniek omdat het water afhankelijk van de periode van het jaar van stroomrichting verandert. Tijdens de droge tijd vloeit water het meer uit via de Tonlé Saprivier in de Mekong. Tijdens de regentijd is de waterstand in de Mekong echter zo hoog dat het water vanuit de Mekong via de rivier het Tonlé Sapmeer instroomt. Als de waterstroom verandert van het meer in naar het meer uit hangen vele dorpen langs de rivier grote netten in de rivier om zo de vis te vangen die letterlijk het meer uitstroomt. Veel mensen van overal uit de provincies in heel Cambodja komen dan ook naar de rivier om de vis te vangen en te verwerken in vissaus en tot gefermenteerde vis.
Het Tonlé Sapmeer is een meer in de grote laagvlakte die ongeveer 75% van Cambodja beslaat. De naam Tonlé Sap betekent in het Khmer Groot Meer. Dit meer beslaat ongeveer 2590 vierkante kilometer in de droge tijd, maar zwelt in de regentijd aan tot een oppervlakte van 24.605 vierkante kilometer. Tijdens de droge tijd vloeit water het meer uit via de Tonlé Saprivier in de Mekong bij Phnom-Penh. Tijdens de regentijd is de waterstand in de Mekong echter zo hoog dat het water vanuit de Mekong via de rivier het Tonlé Sapmeer instroomt. Het meer wordt dan tijdelijk het grootste zoetwatermeer in Zuidoost-Azië.
Het meer is tijdens de regentijd een paargrond voor vis en is dan ook een zeer rijke visgrond na de regentijd als het water zich terugtrekt. De vis komt dan letterlijk uit de “lucht” (bomen) vallen. In de nabijheid van dit meer hebben zich door de vruchtbare grond en de rijke visvangsten de eerste beschavingen in Cambodja ontwikkeld, namelijk die van Chenla en het Khmer-rijk.
Bewoner paalwoning schrikt niet van de aanvaring met onze boot op het Tonle Sapmeer.
Onderweg dreef onze boot toen de motor weer eens was stilgevallen, recht in een veranda van een paalwoning. De 6 kinderen die erop zaten schrokken zich een ongeluk en sprongen op. Een man, die lag achter het deurgat lag te slapen, hief zijn hoofd op, nam de situatie op en ging gauw weer verder met slapen. Ook de vrouw kwam even kijken, maar zij maakte zich evenmin druk om de schade van de aanvaring.
Tegen het eind van de reis vond de stuurman dat zijn avondmaaltje in de weg lag. Hij gooide het achter zijn stoel, maar daar zat ik op het bankje. Eén blik op die plastic tas, gevuld met een kluwen van levende slangen, en ik zat meteen aan de andere kant van de boot. Dat noemen ze een reflex.
Bij de aanlegplaats aan het eindpunt was hectiek! Jongens die je koffers wilden sjouwen of je in een taxi of tuktuk of acher op een brommertje wilden stouwen. Maar we zagen al direct een vrouw staan met het bordje met “VAN GILS”. Zij zorgde ervoor dat we met koffers en al, in een busje door Siem Raep naar ons volgende hotel Lotus Lodge werden gebracht.
Lotus Lodge ligt aan de buitenkant van de stad, heeft een Nederlandse eigenaar, André Ruys. Hij verwelkomde ons persoonlijk. Na even opfrissen kregen we een welkomstdrankje, uitleg over Cambodja en Siem Raep. Met later nog wat bier erbij werd dat een gezellig gesprek.
Daarna was het zoutwaterzwembad verfrissend, de airconditioned kamers aan een leuk straatje: prima, de bediening: uiterst vriendelijk en behulpzaam. Tv met BVN. Ontbijtbuffet met toast, stokbrood, diverse soorten beleg, ei, fruit, 2 soorten jus.
’s Avonds nog even in Siem Raep geweest, heen met het hotelbusje, terug met 2 tuktuks. Wat geshopt op de night market en wat gedronken op het terrasje van de Soup Dragon. Toen bijtijds naar bed.
Weer de hele nacht regen! Overdag werd het weer zo’n 35 graden.
De excursie naar de tempels van Angkor Wat was inbegrepen in de reis. Een jonge gids (hij heette Tai) haalde ons op van het hotel om half 9. Met een busje reden we naar het tempelcomplex. Tai regelde de entreepasjes en gaf een uitstekende, professionele rondleiding langs:
Na het ontbijt namen we gezamenlijk twee tuktuks richting het centrum. Bij de Central Market stapten we uit en gingen in groepjes uiteen. Eerst hebben we wat geshopt. Daarna liepen we naar de Artisan d’Angkor, een school waar doven en slechthorenden in 2 seminars van elk een half jaar een vak leren: ze leren beeldhouwen, houtsnijden, weven, schilderen, etc. om de kunst van de oude Khmer in stand te houden. Het is mooi om te zien hoe geconcentreerd ze werken aan producten die in de bijbehorende winkel worden verkocht.
Kunstenaar in opleiding
In die winkel kwamen we Frans, Lenie en Hennie weer tegen. We keken naar een grote stenen olifant, die $ 60,- kostte. Echter, het beeld had een heel gewicht, veel te groot en te zwaar om in de koffer mee te nemen. Verschepen was een oplossing, maar dit zou $ 600,- per m³ kosten. En dan komen er nog invoerrechten etc. bij. Dus dat vonden we toch geen optie.
Vandaar namen we weer 2 tuktuks terug naar het hotel. Alleen, beide chauffeurs wisten de weg niet naar Lotus Lodge. Ze raakten allereerst elkaar al kwijt. Toen reed onze chauffeur langs een voor ons onbekende brug de rivier over. Een hele oude, prachtige, metalen brug trouwens, met beelden aan beide zijden. We kwamen uit in de volkswijk. Veel huizen langs de rivier staan op palen. Onder het huis is vaak opslag, soms een bedrijfje, soms een keuken, soms een hangmat waar ouderen of kinderen in slapen. In de niet geasfalteerde straten is nog steeds veel modder, want de afgelopen nacht heeft het wederom flink geregend en geonweerd. Toch zien de huizen en erfjes er veel netter uit dan in Battambang. Ook zijn de mensen actiever dan daar. Blijkbaar brengt het toerisme in deze omgeving veel werkgelegenheid en inkomsten.
Onder de huizen is bij voorbeeld ruimte speciaal voor het schoonmaken van de brommertjes. Dat is wel logisch, gezien de modder op de straten. De brommertjes worden voor van alles en nog wat gebruikt: we zagen vervoer van 4 - 5 mensen, 40 - 50 kokosnoten, 2 dode varkens, balen rijst, groenten, fruit. Onvoorstelbaar wat je op de straten ziet rijden aan voertuigjes en nog verbazingwekkender is wat de mensen erop vervoeren. Wat hier op een brommer meegaat, moet in Nederland op een vrachtwagen. Je kijkt er je ogen uit.
Na de lunch in het hotel gingen we lekker zwemmen in het zwembad en lieten ons een uur masseren. Zes meisjes maakten goed werk van onze vermoeide spieren en gewrichten. Verbazingwekkend was hoe sterk die kleine dametjes zijn in hun handen en vingers.
Tussendoor gingen Frans, Ger en Ineke met de fiets naar het centrum van Siem Reap om voor Ger wat mondwater te halen bij een farmacie. We hebben 7 zaken bezocht voordat we het gewenste flesje vonden. We waren net terug voor de volgende tropische bui losbarstte. We konden de fietsen (gratis) lenen bij het hotel. Op de hoofdweg hield het drukke verkeer gelukkig goed rekening met ons. Het straatje vlak bij het hotel was natuurlijk één modderpoel, maar we kwamen er goed overheen. Dit in tegenstelling tot de tuktuks die constant vastliepen in de modder. Dan moesten er een paar passagiers uit om de tuktuk lichter te maken of om te duwen. Naderhand zagen we dat de fietsen schoongespoten moesten worden.
Tegen de avond bracht het hotelbusje ons naar het centrum van de stad. We gingen dineren bij de Red Piano. Dat restaurant was aanbevolen als de ‘place to be’ sinds Angelina Jolie en de rest van de filmcrew van Tomb Raider II hier geregeld kwamen dineren tijdens de opnamen van de film. Vanaf het terras hadden we goed uitzicht op het drukke stadscentrum. Daarna nog even naar de night market en toen met de tuktuk naar het hotel terug.
Omdat we even genoeg tempelruïnes hebben gezien, zijn we vandaag naar Cambodian Cultural Village geweest. Dit is een soort mengeling van Madurodam, wassenbeeldenmuseum, openluchtmuseum en theaters.
We kregen bij de ingang een gids. Hij toonde de mooiste plekjes, gaf uitleg bij de miniaturen van beroemde Cambodjaanse gebouwen, zoals een tempel, het koninklijk paleis en nationaal museum in Phnom Penh. Er waren 2 voorstellingen: eerst een voorstelling van traditionele dansen, en daarna (een deel van) een huwelijksfeest. Behalve ons groepje waren er geen buitenlanders, wel enkele groepen Cambodjanen. De familie die samen met ons de dansvoorstelling bekeek, was erg nieuwsgierig naar ons buitenlanders. Ze hadden veel, oprecht bezorgde, aandacht voor het korstje op mijn knie (opgelopen tijdens de fietstocht in Bangkok). De oudste man van het stel bedankte mij voor de hulp die Cambodja krijgt vanuit Nederland, o.a. voor de ontwikkelingsprogramma’s voor productievere rijstverbouw. Ik moest het maar doorvertellen aan alle Nederlanders. Dus bij deze.
Tijdens het verblijf in Siem Reap hadden we al opgemerkt dat bij veel gebouwen van instellingen borden staan waarop bijdragen uit velerlei landen uit de wereld vernoemd worden, zoals een school die gesponsord wordt vanuit Zwitserland, een ziekenhuis vanuit Japan.
De dansers waren gekleed in prachtige kostuums. De gezichten van de dansen stonden vrolijk, je kon zien dat ze er zelf ook van genoten. Tijdens de voorstelling van het huwelijksfeest was een ceremonie met het knippen van een haarlok en het vinden van de trouwringen getoond. Het was blijkbaar heel herkenbaar voor de aanwezige Cambodjaanse toeschouwers. Een Cambodjaanse dame uit het publiek werd uitgenodigd om de moeder van de bruidegom te spelen en de vader van de bruidegom werd …. onze Frans. Hij speelde heel goed mee. Het duurde alles bij elkaar een half uurtje, terwijl een echte trouwerij wel 2 à 3 dagen duurt. Dan zijn er nog veel meer ceremonies.
Ceremonie van het haarlokje
Daarna maakten we een wandeling door enkele hier opgebouwde, authentieke dorpen uit verschillende streken en tenslotte zagen we scènes uit de geschiedenis van het land aan de hand van taferelen met wassen beelden en andere historische voorwerpen. Alles bij elkaar weer een leuke ochtend.
Wel was het weer broeiend warm (33-34 graden). De tuktuks raakten zowel heen als terug weer vast in de modder van het straatje voor het hotel, zodat Hennie, Frans en Ger een stuk moesten lopen en duwen. André vertelde dat de weg vorig seizoen nog helemaal geëgaliseerd was, de toegangsweg naar het hotel was toen goed begaanbaar. Maar enkele maanden geleden is in de berm een walletje gemaakt, waardoor het regenwater niet weg kon. Toen de regentijd begon, stond de weg binnen de kortste keren blank en na 3 dagen waren er grote gaten in gespoeld. Zolang het elke dag en nacht regent, kan er niets aan de weg gedaan worden. Dus schelden de tuktukdrivers lachend en lijdt Lenie’s rug.
Het internet vanuit het hotel lag er gisterenmiddag uit: tijdens een grote onweersklap was de router en de netwerkkaart stuk gegaan. Vanmorgen haalde André weer nieuwe onderdelen. En toen we terug kwamen uit Cultural Village werkte alles weer. Vanmiddag weer een plensbui tot en met. Mijn planning om in de winter en na de regentijd dit land te bereizen, lijkt in het water te vallen tot nu toe. Het slechte weer is een staartje van noodweer in Vietnam, zeggen ze hier. Gelukkig zitten we ook deze keer onderdak. Zoniet, dan ervaar je bij dit weer buiten een soort warme douche. Heerlijk!
Morgen vroeg op: om half 7 het minibusje naar het busstation en vandaar met de local bus naar Phnom Penh.
Wij zitten nu in de hoofdstad van Cambodja, Phnom Penh.
De eerste indruk is dat het een drukke en vuile stad is.
Het hotel is redelijk, wel ruikt het onfris op de kamer, maar verder ziet alles er schoon uit.
Gisteren zijn we vanuit Siem Reap met een lijnbus hierheen gereden. We werden opgehaald met een minibusje bij het hotel en afgezet bij het busstation. De limousine bus stond al klaar; onze tickets hadden we van André van hotel Lotus Lodge gekregen. We hadden besproken plaatsen. Het is allemaal perfect georganiseerd door Local Adventures. Er was een soort stewardess aan boord, die flesjes water en een doosje met een cakeje en een gevuld croissantje uitdeelde. Er was airco in de bus en de plaatsen waren heerlijk ruim.
We vertrokken tussen half 9 en kwart voor 9, maakten onderweg nog een tussenstop en arriveerden tegen 3 uur bij de eindhalte in Pnom Penh. Onderweg was er wederom veel te zien: busjes of pick-ups die veel mensen en goederen vervoeren, huisjes op palen langs de weg. rijstvelden in een prachtige groene kleur, witte koeien vlak langs de weg. De pick up waar we het meeste bewondering voor hadden vervoerde minimaal 35 mensen: ca. 20 mensen in de achterbak en ca. 15 man op het dak. Onder de paalhuizen was of water of opslag (hout, bouwmateriaal, een brommer, een landbouwwerktuig) of een hangmat met plenty mensen en kinderen. Op de rijstvelden hoeft na de regentijd niet veel meer gewerkt te worden; de boeren wachten nu tot de planten geel zijn en de rijst geoogst kan worden in december. Behalve koeien lopen er kippen los of een enkele geit, honden natuurlijk ook. Onderweg stopte de bus bij een soort uitbaterij. We namen er koffie en thee, maar geen van tweeën was te drinken. Gelukkig kostte het maar ca. 4 euro, maar
we vermoedden dat we afgelegd zijn. Toen zijn we nog even rondgelopen om wat broodjes en wat fruit te halen; zodoende waren we bijna te laat om mee verder te rijden met de bus. Ger is naar de anderen toegerend om ze snel te roepen, terwijl ik aan de zuchtende stewardess uitlegde dat onze vrienden eraan kwamen.
In Pnom Penh was weer de gebruikelijke Aziatische chaos met tuktuk-, taxi-drivers die aanboden je mee te nemen, mensen die je koffers willen dragen, maar ertussen wachtte ook de chauffeur van een minibusje met een bordje met PARTY VAN GILS erop, zodat we binnen de kortste keren naar ons hotel werden vervoerd - Mittapheap Hotel.
’s Avonds hebben we eerst een menuutje gekozen in het restaurant van het hotel. $ 12 voor 3 gangen p.p. en een cocktail naar keuze. Zag er leuk uit, bediening was heel voorkomend, maar het eten wat minder. Hoewel, niemand liep met een lege maag weg. Onze conclusie was dat we verwend waren in Siem Reap door de kookkunsten van de schoonvader van André.
Tijdens het eten was zagen we vuurwerk: het is vandaag Independance Day. Daarmee wordt de onafhankelijkheid van de Franse kolonisatie gevierd (1953). Daarna zijn we nog een uurtje rondgelopen, maar er was niets bijzonders te beleven dicht bij het hotel. Dus lekker bijtijds naar de kamer en slapen!
Vandaag hadden we een excursie, reeds geboekt in Holland en inbegrepen bij de reis. We bezochten:
Natuurlijk vonden we het heel jammer dat de excursie naar het zijde-eiland Koh Dach niet kon doorgaan. Er was geen alternatief, want de hele gemeenschap dacht alleen maar aan feesten, nl. het traditionele botenfeest of waterfeest. Dat gingen we maar eens bekijken.
Voor Cambodja is het één grote happening. Uit alle streken van Cambodja komen roeiers een competitie aangaan. De winnaar is Cambodja’s beste roeiploeg. De traditie gaat eeuwen terug. In Angkor, in de Bayon tempel kan je reliëfs vinden over dit feest. Het wordt jaarlijks gehouden in november als het volle maan is. Het waterfestival vond dit jaar plaats van 11 - 13 november. Van augustus tot november tijdens regenseizoen wordt de rivier de Mekong voller en voller. Het water stroomt dan in het Tonle Sap meer dat centraal gelegen is in Cambodja. Het waterpeil in het meer stijgt vele meters. De stijging van het water is bijzonder voorspelbaar. De huizen zijn zodanig gebouwd dat ze nooit overstromen. Maar het water komt soms wel tot bijna aan de vloer van de vele huizen die als het ware met hun voeten in het water staan. Deze hoge waterstand van het meer dat dan de grootte van een binnenzee heeft aangenomen zit vol met grote hoeveelheden vis en voedingsstoffen.
Het meer en de vele daaraan verbonden binnenwateren zijn bijzonder visrijk. De bevolking mobiliseert zich en vangt de vis met netten en fuiken en allerlei soorten vlechtwerk. In de maanden die volgen is men druk met de visvangst. Als het water zich weer terugtrekt blijft er een vruchtbare laag slib achter op de velden. Er worden dijkjes gebouwd om zoveel mogelijk water vast te houden als nodig is om de rijstplantjes te laten wortelen. Het waterfeest geschiedt dus in de tijd dat de waterstand op z¿n hoogst is. Tijdens het regenseizoen stroomt het water naar het Tonle Sap meer toe. Als het natte seizoen voorbij is, verandert de loop van het water en stroomt het water weer via de Mekong naar zee. Deze omkering is het moment van het feest. De koning beveelt tijdens een feestelijke ceremonie het water om weer naar de zee te stromen.
Belangrijk deel van het feest is de regatta, een roeiwedstrijd op de rivier. Vanuit het hele land doen teams mee aan de race. De boten die zo’n 30 meter lang zijn, zijn voor de race voorzien van een nieuwe laag verf. De teams bestaan uit 35 tot 75 man. Zittend, knielend of staand in hun boten vormen ze een kleurig geheel. Ten tijde van de race was het buitengewoon druk langs het water. Iedereen verdrong zich langs het water om vooral maar niets te missen van de race. Wij mochten plaatsnemen om één van de VIP tribunes (alleen toegankelijk voor buitenlandse gasten) nabij de finish. Uit een luidspreker klonk voortdurend commentaar op de race. Vanaf de tribune hadden we een uitmuntend zich op de rivier en de race. Er deden een honderdtal boten mee. Het publiek joelde en moedigde de roeiers aan. Vlak bij onze VIP tribune volgde ook de koning de race. Hij kwam even na 4 uur aan wat met een hele plechtigheid gepaard ging.
Ik heb de badgasten nog voorgerekend wat het gekost had om ze koning Sihamoni van zo dichtbij te laten zien, maar zij vonden dat het inclusief was en inbegrepen bij onze reissom.
Botenfeest Phnom Penh
‘s Avonds dreven op de rivier prachtig versierde en verlichte jonken. De uitbundige verlichting was een lust voor het oog. Tijdens het festival was het uitermate druk in Phnom Penh. De straten nabij de rivier waren afgezet voor alle verkeer. Alleen voetgangers mochten er door. En als je een speciale pas had. Bijvoorbeeld voor taxi’s. ’s Avonds begon het op de boulevard pas echt druk te worden. Het was ene zee van mensen. Om elkaar in de drukte niet kwijt te raken zag je groepen mensen lopen in een soort van polonaise, waarbij je je voorganger stevig vasthield, hetzij hand in hand, hetzij met de arm op de schouder. Probeer zo’n keten maar niet te doorbreken, want dat lukt je echt niet. Maar het geeft wel aan dat het heel erg druk is. Overal kris kras temidden van de menigte vond je eetstalletjes. Het had wel wat weg van een kermis. We zagen plaatsen waar je ringen om flesjes of blikjes limonade kon gooien. Als je raak gooide mocht je het blikje houden. Je kon dartpijltjes gooien naar ballonnen. De prijs was vaak een flesje limonade of een pakje sigaretten of iets te snoepen. Bij een ander spel moest je een munt zien te mikken in een potje dat in een bak met water staat. Er was echt van alles te doen. Verder zagen we het overal op de wereld gespeelde spelletje balletje-balletje. Er was een draaimolen voor de kleintjes. En op tientallen plaatsen stonden kooplui met verlichte haarbanden, knipperde hartjes aan een ketting, armbandjes met lichtjes eraan, iets wat ik alleen maar kan omschrijven als plumeautjes waarvan de haren verlicht zijn met allerlei kleurtjes, laserlampjes, en niet te vergeten de meest bijzonder gevormde ballonnen. Iedereen is vrolijk en heeft plezier. De atmosfeer is plezierig en vrolijk.
Een mooie dag, die 12de november, want:
Vandaag zijn we in Jomtien naar het strand geweest. We vonden allemaal dat we wel een dag rust verdiend hebben. Daarom hebben we na het overvloedige ontbijtbuffet onze badlakens gehaald en strandstoelen gereserveerd aan de overkant van de weg. Het was lekker in de schaduw onder de parasols. We hebben gezond, gezwommen in de zee, boekjes gelezen en ons niet druk gemaakt. Alleen zijn we tussen de middag bij een kleermaker geweest om wat nieuw goed te bestellen. Afwachten hoe het wordt.
Tegen het eind van de middag hebben we koffie gedronken bij een Amerikaanse dame, die een zaakje runt en de opbrengst doneert voor een goed doel, nl. het helpen van HIV-patiënten in Pattaya e.o. Ze had lekkere Amerikaanse koffie en homemade appelcake en chocoladecake met ijs. Ze kwam uit Connecticut maar vond het klimaat van Thailand prettiger.
’s Avonds zijn we naar de Walking Street gereden om te zoeken naar restaurant Armor, maar we hebben het niet gevonden. Wel kwamen we terecht bij een ander restaurant. Daar hebben we heerlijk gegeten. Daarna nog koffie gedronken bij Starbucks.
In de Walking Street wemelt het van de travestieten. Ze heten hier katois. Die laten zich inspuiten met hormonen en lijken zoveel op vrouwen dat het onderscheid nauwelijks te zien is. Er zijn verschillende shows waar deze katois optreden: er doet geen ene vrouw mee, het zijn allemaal omgebouwde mannen.
Toen voor 20 baht p.p. met de Songtauw terug naar het hotel.
Songtauws rijden af en aan.
De overige dagen van de vakantie zijn we soms met elkaar, soms in kleine of grotere groepjes naar diverse leuke dingen in Jomtien/Pattaya en omgeving geweest:
Bij de organisatie van onze reis waren 3 bureaus betrokken:
bravenet.com